Een lofzang die blijft klinken
zondag 08 juni 2025Soms kom je op een plek, op een avond, waar muziek meer is dan klank alleen. Waar stemmen verhalen vertellen, waar klanken je raken tot in het diepst van je ziel. Zo’n avond was het in de Maartenskerk van Zaltbommel, waar het Christelijk Kamper Mannenkoor Door Eendracht Verbonden samen met Jubilate Deo uit Woudenberg zong voor een bijzonder doel: de John Knox Foundation. Een organisatie waar velen in het publiek misschien nog niet van hadden gehoord, maar die nu een plek in hun hart heeft gekregen.
Vanaf de eerste tonen werd duidelijk dat dit geen gewoon concert zou worden. D.E.V. opende met een intens doorleefde uitvoering van Psalm 141, waarin elk woord als een gebed omhoog leek te stijgen. Wat volgde was het troostvolle ‘Goede Vrijdag’ en het wonderschone ‘Beautiful Savior’, waarmee het koor diepe rust en hoop bracht in de eeuwenoude kerk.
Het was niet alleen de muziek, maar ook de samenwerking die indruk maakte. Tijdens de samenzang lieten dirigenten Gerwin van der Plaats en Marco den Toom zien hoe muzikaliteit en vriendschap hand in hand kunnen gaan. Ze wisselden elkaar tijdens de tussenspelen moeiteloos af aan het orgel – een prachtig samenspel waarin respect en vertrouwen voelbaar waren.
Jubilate Deo bracht daarna een reeks indrukwekkende liederen. Bij ‘King of Kings’, ‘U zij genade en vrede’ en vooral het krachtige ‘Die Himmel erzählen’ van Haydn werd het publiek letterlijk achterover geblazen. Een speciaal moment was het mannentrio in dit laatste stuk – hun stemmen vulden de ruimte met een zeldzame schoonheid en kracht.
Voor een lichtvoetig en toch diep muzikaal moment zorgde het intermezzo van Arjan en Edith Post, die op trompet speelden over het geliefde lied ‘Zie ons wachten aan de stromen’, begeleid door Gerwin op het orgel. Het was een adempauze, een feestelijke glimlach midden in de avond. Tussendoor vertelde Arjan van Tol over het doel van deze avond: de inzet van de John Knox Foundation voor christelijk onderwijs in Schotland. Wat klonk als iets ver weg, kwam door zijn verhaal dichtbij. Een klein zaadje hoop, geplant met grote liefde.
Opnieuw schitterden de mannen van D.E.V. met een blok vol overtuiging gezongen liederen. Het spirituele ‘Rock-a my soul’ klonk spatgelijk – elk accent, elke nuance werd gevoeld. Dirigent en koor waren één. En toen kwam ‘Where no one stands alone’, een vocale uitbarsting van kracht, vertrouwen en verlangen naar verbondenheid. Een hoogtepunt, zonder twijfel.
En toen was daar het slot. Er was nog maar één lied denkbaar: ‘Grote God, wij loven U’. De koren zongen de eerste twee coupletten groots, eerbiedig, vol devotie. En toen zongen wij allen mee. Honderden stemmen, samengesmolten tot één lofzang. Bij sommigen rolden de tranen over de wangen. Niet uit verdriet, maar uit ontroering. Omdat het goed was. Omdat de muziek zijn doel had bereikt.
Moge die lofzang blijven klinken. Mogen deze koren, keer op keer, hun stemmen verheffen in een nooit aflatend ‘Heilig, heilig, heilig’. Aan God alle eer.
De organisatie